Spring naar content

Geen pil voor probleemgedrag

Door: Carlijn Raijmakers, communicatieadviseur

Op donderdagochtend 11 mei organiseren we een mini symposium over dementie en zeer ernstig probleemgedrag voor verpleegkundigen, verzorgenden en behandelaren. In aanloop naar deze dag sprak ik, Carlijn, met collega met Anna van der Linden, specialist ouderengeneeskunde bij Zorggroep Elde Maasduinen en hoofdbehandelaar op onze D-ZEP afdeling*. Dat er geen pil is voor probleemgedrag, dat weet ik, maar hoe gaan ze er dan mee om?

Anna van der Linden

Hoe is het om als specialist ouderengeneeskunde op een D-ZEP afdeling te werken?

“Als specialist ouderengeneeskunde op een D-ZEP afdeling werk je veel multidisciplinair. Dit doe ik onder andere met het zorgteam, (GZ-)psychologen, gespecialiseerd welzijnsbegeleidster, maatschappelijk werker en met betrokkenheid van cliënt en familie. Wat het werken op een D-ZEP afdeling als arts anders maakt dan op reguliere PG-afdelingen is de intensiviteit. Op de afdeling kort verblijf staat behandeling centraal en is het doel dat cliënten na tijdelijk verblijf weer kunnen verhuizen naar een andere afdeling. Hierdoor werk je intensiever samen met het team en de familie.”

Wat vind je interessant aan het werken op D-ZEP afdeling?

“Samen (multidisciplinair) stellen we een werkhypothese op. Wat speelt mee in het gedrag dat iemand laat zien? Als iemand binnenkomt met het probleemgedrag brengen we de cliënt gestructureerd in kaart. Hierbij kijken we niet alleen naar de cliënt ten tijde van de dementie, maar juist ook hoe iemand vroeger was. Wat deed hij/zij vroeger om te ontspannen? Hoe ging deze persoon met problemen om? We werken hierbij volgens ons eigen DIMENTIE-model.

Ik vind de verhalen die naar voren komen bij het van top tot teen in kaart brengen al heel mooi, maar vooral het hierin vinden van aanknopingspunten geeft veel voldoening. Het gaat om cliënten die op andere afdelingen als moeilijk worden ervaren. Bij D-ZEP krijg je de mogelijkheid niet alleen probleemgedrag te zien, maar echt de persoon. De mogelijkheid een stukje menselijkheid terug te geven. Hierbij moet ik denken aan een mevrouw die heel gesloten binnenkwam. Ze maakte geen oogcontact. Toen ze de afdeling verliet kon je weer contact met haar maken. Je kon haar weer aankijken en zij jou. De vertrouwensband met het zorgteam was dusdanig dat ze zelfs om een knuffel vroeg. Dan merk je dat je met kleine veranderingen veel betekenis kan geven.

Wat ik daarnaast heel bijzonder vind aan het werken op een D-ZEP afdeling is de mate van zelfreflectie van het team. Uiteraard is er wel eens sprake van escalatie. In plaats van kijken naar de cliënt, wordt er altijd naar zichzelf gekeken. “Wat had ik anders kunnen doen?” “Heb ik spanning van huis meegenomen naar het werk?” Het is echt een mindset die ik bewonder op deze afdeling.”

Als leek denk ik bij de rol van een arts meteen aan medicatie. Hoe is dat op een D-ZEP afdeling?

“Cliënten worden niet voor niets aangemeld voor een D-ZEP afdeling. In de periode ervoor hebben andere artsen en zorgteams op andere afdelingen en in andere huizen zo goed mogelijk voor iemand proberen te zorgen, tot het echt niet meer ging. Je ziet dat in de laatste periode waarin het probleemgedrag blijft toenemen en het voor een zorgteam steeds zwaarder wordt, gekozen wordt voor medicatie. Veel cliënten komen dan ook met psychofarmaca binnen. Dat is ook niet per definitie slecht: hoewel er geen pil is voor probleemgedrag, kan medicatie de scherpe randjes er wel vanaf halen. Zo kan bijvoorbeeld antidepressiva ondersteuning bieden bij een slechte stemming of depressie. Voor mensen met hallucinaties en daarbij komende angst kan antipsychotica verlichting bieden. Soms is afbouwen van medicatie juist een doel, omdat het ook een averechts effect kan hebben. De inzet van medicatie is niet de basis van wat we doen op de afdeling, maar meestal wel een onderdeel.”

D-ZEP Oleander deelt kennis over dementie en zeer ernstig probleemgedrag, bijvoorbeeld tijdens het symposium op 11 mei. Waarom is dat belangrijk?

“Door de vergrijzing neemt het aantal mensen met dementie toe. Doordat mensen ook steeds langer thuis (moeten) blijven wonen, komen mensen ook in een verder gevorderd dementiestadium binnen. Dit houdt in dat reguliere PG-afdelingen vaak al met complexere casussen te maken hebben. We kunnen dit niet allemaal met een aantal D-ZEP afdelingen oplossen. Daarom is het belangrijk om hier een slag in te slaan. Je merkt ook dat de behoefte er is in het werkveld. Verzorgenden, verpleegkundigen voelen zich soms machteloos. Vergroten van kennis op dit gebied biedt houvast en zorgt natuurlijk ook voor meer kwaliteit van leven voor de cliënt.

Eén van de onderwerpen die hierbij van belang is, is afstemmen in contact. Dit komt ook terug tijdens het symposium. Het houdt kortgezegd in dat je geen handelingen doet zonder erover na te denken. Het gaat om contact maken met mensen voor wie taal niet langer vanzelfsprekend is. Een ervaringsgerichte benaderingswijze. Past het bij iemand zijn belevingswereld? Staat iemand ervoor open? Dit zijn vragen die medewerkers 24/7 op de afdeling aan zichzelf stellen.”

De afgelopen jaren hebben we veel expertise ontwikkeld bij D-ZEP Oleander. Van zorgteam tot arts en van psycholoog tot maatschappelijk werker. Tijdens het symposium geven we klein kijkje in de keuken en delen we een deel van deze kennis graag met je.” Klik hier voor meer informatie over het symposium.

*In dit artikel spreken we over een D-ZEP afdeling. In dit geval hebben we het dan over Oleander Kortdurende Behandeling. Voor meer informatie over onze andere afdelingen, namelijk Oleander Langdurende Behandeling en PG+ kun je hier klikken.